Energie – EPC Niet-Residentieel (NR)

EPC Niet-Residentieel – Voor kantoren, winkels, horeca & meer

De energie-identiteit van jouw bedrijfspand.

Sinds begin 2023 geldt er in Vlaanderen een afzonderlijk energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen. Dit EPC NR is geen uitbreiding van het klassieke EPC, maar een volledig eigen systeem, met een andere methodiek, andere doelstellingen en andere verplichtingen.

Het certificaat wordt uitsluitend opgesteld door een erkend energiedeskundige type D en geeft je een helder beeld van hoe jouw gebouw vandaag scoort én waar het naartoe moet.

Wat vertelt een EPC NR precies?

Het EPC NR vat de energieprestatie van jouw gebouw samen aan de hand van twee complementaire indicatoren. Samen vormen ze de basis voor toekomstige verplichtingen en investeringskeuzes.

De energiescore drukt het theoretisch energieverbruik uit per vierkante meter vloeroppervlakte (kWh/m²jaar).

Deze score wordt bepaald door:

  • de kwaliteit van de gebouwschil (gevels, daken, vloeren)
  • schrijnwerk zoals ramen, deuren en poorten
  • de aanwezige technische installaties

De score helpt je begrijpen hoe efficiënt je gebouw ontworpen is, los van het actuele gebruik. Ze heeft een oriënterend karakter en is op zich niet juridisch bindend.

Het energielabel focust op iets anders: het aandeel hernieuwbare energie dat jouw gebouw effectief gebruikt.

Dit label wordt berekend op basis van reële energieverbruiken, zowel hernieuwbaar als niet-hernieuwbaar.

Het resultaat wordt vertaald naar een schaal van A (zeer goed) tot G (zeer zwak).

Wanneer er onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar zijn, krijgt het gebouw tijdelijk een label X.

Dit label vormt de juridische kern van het EPC NR en ligt aan de basis van toekomstige minimumvereisten.

De Vlaamse tijdslijn: wat staat er te gebeuren?

Vlaanderen gebruikt het EPC NR als stuurinstrument om het volledige niet-residentiële gebouwenpark stap voor stap te verduurzamen.

Sinds 1 januari 2023 is een EPC NR verplicht:

  • bij verkoop
  • bij het afsluiten van een nieuw huurcontract

Het certificaat moet beschikbaar zijn vóór publicatie van verkoop of verhuur.

Vanaf 1 januari 2025 moet elke grote niet-residentiële gebouweenheid (≥ 1.000 m²) beschikken over een EPC NR, ook zonder overdracht.

Vanaf 1 januari 2026 geldt de EPC-plicht voor alle niet-residentiële eenheden, ongeacht oppervlakte.

Vanaf dan wil Vlaanderen een volledig overzicht van de energetische toestand van het gebouwenpark.

De eerste minimale prestatie-eis wordt ingevoerd.

Tegen 2030 moet elk niet-residentieel gebouw minstens label E behalen, wat overeenkomt met 5% hernieuwbare energie.

De langetermijndoelstelling: koolstofneutraliteit.

Elk niet-residentieel gebouw behaalt label A en draait volledig op hernieuwbare energie.

Specifiek traject voor publieke en overheidsgebouwen

Voor overheids- en publieke gebouwen geldt een versneld en strenger traject. Zij hebben een voorbeeldfunctie binnen de energietransitie.

  • 2024: alle publieke en overheidsgebouwen gecertificeerd
  • 2028: minimumlabel verplicht
  • 2045: koolstofneutraal
    (uitzondering: scholen en zorginstellingen)

Wanneer val je onder EPC NR?

Kleine versus grote niet-residentiële eenheden

Niet-residentiële eenheden met een bruikbare vloeroppervlakte kleiner dan 500 m² kunnen in bepaalde gevallen gebruik maken van een vereenvoudigd traject (kNR).

Niet elke zaak komt hiervoor in aanmerking; een correcte toetsing is essentieel.

Wat is een gebouweenheid?

Een EPC wordt altijd per gebouweenheid opgemaakt.

Een gebouweenheid is een functioneel autonome eenheid met:

  • een eigen afsluitbare toegang
  • een zelfstandig gebruik

In complexe gebouwen is deze afbakening zelden evident en vereist ze technische en juridische interpretatie.

Bestemming van de eenheid

Het EPC NR is bedoeld voor niet-residentieel gebruik.

Afhankelijk van de hoofdfunctie kan:

  • een ander type EPC van toepassing zijn
  • of geen EPC vereist zijn

Volgende categorieën zijn onder voorwaarden vrijgesteld:

  • alleenstaande gebouwen < 50 m²
  • tijdelijke gebouwen (< 2 jaar in gebruik)
  • gebouwen voor erediensten
  • industriële gebouwen, werkplaatsen en opslagplaatsen
  • landbouwgebouwen zonder woonfunctie

Een eenheid wordt als industrieel beschouwd wanneer 70% of meer van de bruikbare vloeroppervlakte voor industriële activiteiten wordt gebruikt.